Een groene kamer, twee deuropeningen en een wasrek met drie handdoeken. En dat beeld vanuit verschillende hoeken. Dat is wat de Georgische kunstenaar Lado Darakhvelidze (1977) met zijn serie Star (2009) laat zien. Maar er is meer. De handdoeken aan het wasrek vormen samen verschillende vlaggen. Vanuit één hoek zie je de Nederlandse vlag, vanaf de andere kant is het een Franse vlag en als alleen de witte en de rode handdoek zichtbaar zijn herkent de toeschouwer de Poolse vlag.

De serie van drie schilderijen maakt onderdeel uit van het project State Symbols, waar Lado al in 2007 mee begon. Hij speelt met ons idee van één vaststaande identiteit. Met zijn werken, performances en acties laat hij de willekeur zien die schuilt achter het verlangen naar één identiteit. ‘Je ziet vaak dat staatssymbolen worden afgebeeld als groots, statig en machtig. Ik wilde laten zien dat dit soort beelden ook kunnen veranderen.’

Hij noemt het gebruik van staatssymbolen in sommige situaties gevaarlijk: ‘Georgië maakt onderdeel uit van de Kaukasus. De relaties tussen de verschillende landen zijn vaak problematisch. Je ziet bijvoorbeeld nooit een Georgische vlag naast een Russische vlag. Dat kan niet.’

Toch bestaan al die verschillende landjes in het werk van Darakhvelidze zonder problemen naast elkaar, vertelt hij. Hij noemt Rubik’s Kube (2008) – ook onderdeel van State Symbols. Hiervoor plaatse hij de bekende ‘draaikubus’ op straat in de stad Bisjkek in Kirgizië. De kubus van de kunstenaar bevatte negentig losse elementen, in verschillende kleuren. Door de loss kleinere kubussen te verplaatsen ontstonden veertien vlaggen van landen uit de regio en van grootmachten als de Verenigde Staten en Rusland.

‘Zonder dat ik iets hoefde uit te leggen begonnen mensen te spelen met de verschillende onderdelen. Een groepje Amerikaanse toeristen zocht bijvoorbeeld meteen naar hun eigen vlag. Toen ze hem hadden gingen ze ermee op de foto.’ Een Chinese jongen ging zelfs zo ver dat hij er een aantal kubussen bij maakte om zijn eigen vlag te produceren.

De serie State Symbols is een politiek werk. Maar Lado maakt geen werk om te provoceren. Juist het subtiele en het speelse karakter binnen een zwaar thema als ‘nationalisme’ en ‘identiteit’ spreekt hem aan. ‘Mijn werk is niet direct bedoeld om regimes omver te werpen, het veroorzaakt ook geen grote problemen voor de autoriteiten. Maar ik kreeg wel de mogelijkheid mijn punt te maken; vlaggen kunnen veranderen. De Rubik’s Kube lag bijvoorbeeld na een dag verspreid over de hele stad.’
(RM)

Star 3 (2009)
Olieverf op canvas
150 x 100 cm
Star 2 (2009)
Olieverf op canvas
150 x 100 cm
Star 3 (2009)
Olieverf op canvas
150 x 100 cm

HERMITAGE,
THE MODERNISTS

KLIK VOOR
LAURENCE AEGERTER

In de gang van kunstenares Laurence Aëgerter hangt een foto uit haar serie ‘Hermitage, the Modernists’. Te zien is een blonde vrouw, ze draagt een klassieke witte blouse. Met haar neus staat ze pal voor Andre Derains schilderij ‘Girl in black’: van Derains meisje in de stoel is haast niks meer te zien. ‘Ik kijk iedere dag wel even naar dit beeld. Het bijzondere is: het wordt nooit saai,’ zegt Aëgerter aan haar keukentafel.

‘Weg met die vrouw’, zullen mensen instinctief denken als ze de vrouw zien staan voor het werk van Derain. In ‘Hermitage, the modernists’ plaatst Laurence Aëgerter toeschouwers of objecten vóór meesterwerken van bekende meesters Haar beelden maken je onrustig. Je blijft invullen wat er schuil gaat achter het personage op de foto. ‘Het is niet af, dat maakt het voor mij interessant. Als ik er zelf naar kijk blijven mijn hersenen bezig met het compleet maken van wat er ontbreekt.’

Aëgerter speelt met de vanzelfsprekende betekenis die we hebben toegekend aan de bekende meesterwerken. Door ‘in te breken’ in deze werken stelt de kunstenaar vragen over het oorspronkelijke. De werkelijkheid dringt zich aan ons op; we kijken mee met de museumbezoeker en zo ontstaat er een nieuw kunstwerk.

In de Hermitage in Amsterdam maakte de kunstenaar tijdens twee lange avonden 1300 foto’s van verschillende kunstwerken; met modellen ervoor of een object. Zo fotografeerde ze doodgewone ladders uit het museum voor een beroemd werk van Kadinsky. En een werk van Picasso (Zittende Vrouw) met een plastic vlieggordijn ervoor. Eerder werkte Aëgerter al in het Louvre en het Rijksmuseum op deze manier. Het verschil is dat de figuren en de objecten in de Hermitage zijn gefotografeerd zonder illusionistisch perspectief. De schilderijen van de bekende modernisten zijn ‘plat’. Waar de modellen in het Louvre leken op te gaan in het ‘schilderijlandschap’ ontstaat er nu een spel tussen de vlaktes op de voor- en achtergrond.

‘De vlieggordijnen zijn een herinnering uit mijn jeugd in Marseille. Ik dacht aan die gordijnen toen ik bezig was met dit project. Schilderijen uit de baroktijd hebben vaak gedrapeerde gordijnen. ‘Tadaa’, dat gevoel krijg je erbij. Die gedachte wilde ik meenemen. De vlieggordijnen zijn een knipoog naar mijn jeugd; ze staan voor mij symbool voor het toneel van het leven.’
(RM)

GE 9662-100907-225223 (Kandinsky, Compositie VI/ladders)
Inkt op papier, 120 x 184 cm
GE 9163-10907-231324
(Picasso, Zittende Vrouw/Gordijn)
Inkt op papier,  135 x 90 cm
GE 9050-100907-294933
(Kandinsky, Winter)
Inkt op papier, 72 x 100 cm
GE 9087-100907-190103
(Van Dongen, Lucie en haar Partner)
Inkt op papier,  108 x 80 cm
GE 9154-100906-175148 (Matisse, De jeu-de-boulesspelers)
Inkt op papier,  128 x 160 cm
GE 9125-100906-210628
(Derain, Portret van een meisje in het zwart)
Inkt op papier, 103 x 79 cm

Min of meer bij toeval stuitte Hayosh in zijn zoektocht naar ‘dwingende communicatieve vormen’ op de kracht van symmetrie. “Ik had een filmpje gemaakt van vijf opstellingen van flitslampen. Alleen de laatste opstelling in de reeks was symmetrisch, en die sprong er heel erg uit: dat beeld was veel sterker dan de andere.” Hij begon een onderzoek naar symmetrische presentaties van spullen en ontdekte het fenomeen ‘wapen display’, een apart genre foto’s waarop een vliegtuig wordt vastgelegd met alle munitie op de voorgrond symmetrisch uitgespreid . “Eigenlijk ‘herondekte’ ik die wapen displays. Als kind in Israël was eigenlijk altijd omringd geweest met luchtmacht magazines waarin deze foto's ook stonden. Ik had er alleen nooit op deze manier naar gekeken.”
 
Maandenlang verzamelde hij plaatjes op internet van wapen displays van over de hele wereld. “Ik wilde deze beelden tot leven roepen en besloot dezelfde lay out te gebruiken als op de foto’s. Van iedere foto maakte ik een stippen-plattegrond. Het vliegtuig, de bommen en kogels verwisselde ik voor andere objecten, die ik opstelde volgens de plattegrond. Hoewel ik andere objecten gebruikte, wilde ik de opstelling toch zo gevaarlijk en dreigend mogelijk houden. Ik ben erg geïnteresseerd in de overlap van schoonheid en horror.”
 

Hayosh maakte opstellingen met staafmixers, ventilatoren, aggregaten, flitslampen, kettingzagen. In veel gevallen bewegen de objecten, en maken ze een oorverdovend geluid, vaak staan ze afgesteld op een sensor.  De ventilatoren – zonder beschermingskap voor de propellers – beginnen bijvoorbeeld te draaien zodra de bezoeker binnen komt. In de motortjes van de ventilatoren zitten bovendien microfoons die het geluid hard versterken.
 
Één van de installaties bestaat uit symmetrisch gepresenteerde gasflessen. “In de ruimte hoor je een sis-geluid, alsof het gas lekt”, legt Hayosh uit. “Deze installatie is niet zo oorverdovend hard, maar toch komt de situatie heel gevaarlijk over. Ik speel graag met die suggestie van gevaar.” 
(CS)

B-52 display (2006)
Installatie

GRADUATION WORK

KLIK VOOR
BENEDIKT FISCHER

Het zijn net dierenvachten als je de sieraden van Benedikt Fischer van dichtbij bekijkt. Je moet zijn objecten aanraken, die behoefte voel je meteen. Voor zijn Eindexamenwerk 2011 maakt hij een reeks van prachtig afgewerkte broches, gemaakt van stukken uitgezaagde plastic veiligheidshelmen. Hij graveerde puntje voor puntje patronen in het plastic. Zwart en wit. Felgeel, roze, blauw en oranje plastic. Door de felle kleuren en de bizarre vormen weet je niet meteen wat je ziet.

Een jaar voor zijn afstuderen stuitte Benedikt – eigenlijk bij toeval – op de veiligheidshelm als materiaal. Hij vond een roze helm en daarmee begon hij te experimenteren. Hij smolt hem om zodat er een andere vorm ontstond. Met een naald en eindeloos geduld vond hij de graveertechniek die hij later in zijn serie zou toepassen. Het idee dat zijn objecten eerder een functie hebben gehad spreekt tot de verbeelding. “Er gaat – vind ik - een soort kracht vanuit objecten die een andere functie hebben gehad. De helm beschermt, dat is een eigenschap die ik heb willen behouden in mijn serie.”

Zijn broches werken als een soort beschermengel. Je draagt ze op je borst, of vlak onder je schouder. Als kind droeg de Oostenrijkse Benedikt altijd een beschermengel op de momenten dat hij het nodig had: “Als het even moeilijk was op school of op een bijzondere dag. Ik voelde me echt beschermd wanneer ik het droeg. Voor mijn eindexamenwerk ben ik op zoek gegaan naar de betekenis van een sieraad dat beschermt, de talisman. Dat aspect intrigeert mij als sieradenmaker enorm.”

Dat de gegraveerde patronen doen denken aan vachten van dieren is geen toeval. “Ik heb altijd een belangrijke verbinding gevoeld met het dierlijke. Ik wilde dan ook een dierlijk werk maken, maar het moest niet te specifiek alleen maar dat zijn. Ik wilde het abstracter maken.”

Zijn werk tijdens zijn eindexamenshow vorig jaar meteen opgemerkt. Met zijn serie exposeerde hij onder andere in München, Hamburg en Amsterdam. Tot zijn verrassing werden zijn broches meteen goed verkocht. Hij moest er zelfs een aantal bij maken. “Volgens mij werkt het ambachtelijke voor veel mensen als een waarde.”
(RM)

Gure and Gumriaul (2011)
Kunststof, papier, remanium
9.3 x 5.4 x 5 cm, 11 x 6 x 5.4 cm
Foto: Kyle Tryhorn
Meles Meles (2011)
Kunststof, remanium
15 x 13 x 3cm
Foto: Benedikt Fischer
Vulpes Vulpes (2011)
Kunststof, remanium
Foto: Stefan Auberg
LYNX LYNX (2011)
Kunststof, remanium
15 x 12 x 4 cm
Foto: Kyle Tryhorn
Piz Buin (2011)
Kunststof, remanium
Foto: Benedikt Fischer
Obir (2011)
Kunststof, papier, remanium
Photo: Benedikt Fischer

“Deze montage is min of meer uit toeval ontstaan”, vertelt Rogier Taminiau. “Ik had een diashow gemaakt van gevonden afbeeldingen. De afbeelding van de tafel en de afbeelding van de man kwamen na elkaar. Zo ontdekte ik dat ze heel goed bij elkaar pasten.” De vliegtuigmotor zocht hij erbij. “Ik wilde iets toevoegen wat met ‘beweging’ te maken had, dus ik keek in mijn archiefdozen met plaatjes in de categorie ‘vervoersmiddelen’.”
 
“Je ziet een soort testtafel. Geen idee wat het precies voor tafel is, maar het ziet eruit alsof er rechtsbovenin een spiegel op staat, en dat er iets wordt geprojecteerd. De man zit vast, hij heeft problemen met bewegen. Hij kijkt naar een vliegtuigmotor. Mijn werk gaat heel vaak over stagnatie en vooruitgang.” In de motor verdwijnt een hartslaglijn, die er aan de andere kant in versnipperde vorm uit komt. “Voor die snippers heb ik een afbeelding gebruikt van voedselpakketten die in de Tweede Wereldoorlog uit vliegtuigen werden gedropt. Hoe ik daar op gekomen ben, weet ik ook niet. Toeval, ook.”  
(CS)

Motion Dust (2007)
Olie op canvas
155 x 195 cm

Het begon met het jongensachtige idee: laten we een boom omzagen. Kristinn Gudmundsson en Peter Sattler waren meteen enthousiast. Ze zagen zichzelf al lopen: ’s nachts als dieven door het Amsterdamse Bos. Maar waarom niet op de legale manier? “We dachten dat het veel bureaucratische rompslomp zou brengen, maar een telefoontje en twee e-mails bleken genoeg”, zegt Peter. De gemeente leek het helemaal geen rare vraag te vinden, en stuurde al gauw een mailtje met enkel een foto van een lindeboom in Amsterdam-noord. Peter en Kristinn stuurden: ‘We would like this tree.’ “Alsof we een kind adopteerden”, zegt Kristinn.

De twee waren erbij toen de gemeentewerkers de boom omzaagden. Omdat de boom veel groter was dan Kristinn en Peter gevraagd hadden – de gemeente had het enige criterium dat de twee gesteld hadden aan haar laars gelapt – besloten ze de boom in stukken te laten zagen. De gemeentewerkers wachtten met hun kettingzagen in de hand tot de kunstenaars aanwezen waar te zagen. De uiteinden codeerden Peter en Kristinn met cijfers en letters, zodat ze de boom later weer in elkaar zouden kunnen zetten. “Wij hadden daar zelf niet eens aan gedacht”, zegt Kristinn. “Één van de werkers suggereerde dat we de takken moesten markeren. Toen hij ons verdwaasd om ons heen zag kijken, haalde hij tape en pen uit zijn truck.”

In de expositieruimte legden ze de boom als een puzzel in elkaar. Nu de expositie voorbij is, verdwijnt de boom niet, verzekeren Kristinn en Peter. “We veranderen hem alleen”, zegt Kristinn. “Van de bundeltjes met kleine takjes laten we papier maken, de grotere stronken worden vervoerd naar Peters dorp in Oostenrijk, waar er planken van worden gezaagd in een zaagmolen. In planken komt de boom weer terug naar Nederland.” Peter: “Vervolgens gaan ze met de boot naar IJsland, waar de opa van Kristinn ze bewerkt tot lijsten. Het is een collectief werk: heel veel mensen dragen bij. De instructies aan anderen laten we expres open voor interpretatie.”

Alle stappen worden zorgvuldig gedocumenteerd. Peter: “Het werk gaat niet over Kristinn en Peter die een boom omzagen. Het werk is een reconstructie van een boom. Dat roept vragen op. Waarom werd ’ie omgezaagd? Wat doet hij in die grote ruimte? Waarom staan er letters op de takken? Wat gebeurt er nu met de boom? Wij leggen niet uit. De boom is wat hij is.”
(CS)

A Tree
(2011 - ongoing)

ABout
temporary
stedelijk
(5)

Ruim 7 jaar geleden sloot het Stedelijk Museum in Amsterdam haar deuren. Sindsdien zijn er verscheidene exposities georganiseerd op verschillende plekken in Amsterdam waar de publiekslievelingen van de eigen collectie werden geëxposeerd. In 2010 en 2011 besloot het Stedelijk Museum tijdelijk drie maal de deuren te openen: Temporary Stedelijk 1, 2 en 3. In deze exposities werden eveneens werken van de eigen collectie getoond. Prachtige werken, overigens, van toonaangevende en bekende kunstenaars.

Maar.

Wij denken dat het gemiste kansen zijn. Is er in de tijd dat het museum dicht is, niks nieuws gebeurd? Waarom hebben we geen nieuwe werken van jonge kunstenaars te zien gekregen? Waarom worden er overal in de stad lezingen, performances, screenings en evenementen georganiseerd en worden er via internet geen kansen benut?

Het Stedelijk is het internet vergeten, het Stedelijk ziet de jonge en veelbelovende kunstenaars die de stad zelf rijk is, gewoon over het hoofd. Daarom deze website. Een platform dat wél toont wat Amsterdam aan vernieuwende kunst te bieden heeft. We hebben bewust gekozen voor een virtuele expositie: geen last van gesloten gebouwen, en bovendien een medium voor iedereen. Toegankelijk, zo zijn ook de verhalen bij de werken. Kunst is iets menselijks, en altijd gebonden aan de context waar ze is ontstaan. Wij zijn de deur uitgegaan, de stad ingelopen, en hebben de mensen en hun werk voor deze website verzameld.

Zo simpel is het. Eigenlijk vinden we het onbegrijpelijk dat grote instanties als het Stedelijk geen podium bieden aan vernieuwende, jonge kunstenaars die zich nota bene onder de rook van de eigen gebouwen bevinden. Is het niet de verantwoordelijkheid van deze instanties daar tijd, moeite en aandacht aan te besteden?

Aangezien dit niet gebeurt, doen wij het zelf. We lenen daarvoor het schaduwpodium temporarystedelijk.nl omdat het museum zelf over het hoofd zag deze domeinnaam te kopen. Wie weet ziet het museum in dat de kunstenaars die hier de komende maanden exposeren, eigenlijk in het gebouw zouden moeten staan. Hoe mooi zou dat zijn.

Amber van den Eeden
Kalle Mattsson

www.mattssonvandeneeden.nl

colophon

Concept en vormgeving:
Amber van den Eeden
Kalle Mattsson

Programmering:
Jonas Lund

Interviews:
Catrien Spijkerman (CS)
Roos Menkhorst (RM)

Tratex lettertype aanpassingen:
Maarten Kanters

Met dank aan:
Inge Wannet
Hamid Sallali
Nhat-Vu Dang
Marcel de Vries
Federico Lanzo

Speciale dank aan:
Maria Barnas